De roman volgt het leven van Anneke, die eigenlijk Rivka heet en als joods meisje tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt ondergebracht bij een gereformeerd gezin in Zeeuws-Vlaanderen. Haar nieuwe pleegouders geven haar liefde en veiligheid, waardoor ze zich steeds meer met het christelijke leven gaat identificeren. Wanneer haar biologische vader en broer haar na de oorlog komen ophalen, voelt ze nauwelijks nog een band met haar joodse afkomst.
Later groeit Anneke op met veel innerlijke twijfels over identiteit, geloof en afkomst. Ze trouwt met Joost, een joodse man die de oorlog heeft overleefd, maar hun huwelijk wordt ongelukkig. Anneke voelt weinig liefde voor haar kinderen en het gezin raakt beschadigd door mishandeling, trauma’s en psychische problemen. Uiteindelijk valt het gezin uiteen.
Jaren later probeert Anneke samen met haar dochter Sandra het verleden onder ogen te zien. Sandra ontdekt meer over haar joodse afkomst en confronteert haar moeder met de keuzes die zij heeft gemaakt. Door gesprekken, herinneringen en documenten begrijpt Anneke langzaam waarom ze haar afkomst jarenlang heeft verdrongen. Aan het einde accepteert ze haar joodse identiteit en vraagt ze haar dochter om later het joodse gebed voor de doden voor haar uit te spreken.
| Vestiging | Locatie | Beschikbaarheidsinformatie |
| Literatuur- geel |  | Aanwezig | Info |
Aantal reserveringen voor dit item: 0