1976, in de Dresdense buitenwijk Gittersee: Karin is 16, zorgt voor haar zusje en helpt de recalcitrante grootmoeder in het huishouden, die rouwt om haar tijd als bliksemmeisje. Karins vader wanhoopt aan het herstellen van zijn Å coda en aan het gezinsleven, en haar moeder zou liever een ander leven leiden. Karin voelt zich thuis bij haar vriendin Marie, het enige meisje in de klas dat later niets wil doen, maar iets wil worden: de eerste vrouw op de maan. En Karin is verliefd: op haar vriend Paul, die graag kunstenaar wil worden, maar in de schacht van Wismut werkt. Als Paul op excursie gaat en niet terugkomt, staan er op een avond twee geüniformeerde mannen voor de deur en barst Karins wereld uit haar voegen. In deze beklijvende debuutroman vertelt Charlotte Gneuss over een wereld die niet meer bestaat en over de vraag of onschuld mogelijk is.
| Vestiging | Locatie | Beschikbaarheidsinformatie |
| |  | Aanwezig | Info |
Aantal reserveringen voor dit item: 0