Schelvis groeit op in een grauw kustdorp waar iedereen werkt in de staalfabriek of het distributiecentrum. Ze woont bij haar moeder, die nauwelijks aandacht voor haar heeft en vooral bezig is met wisselende mannen. Uit eenzaamheid sluit Schelvis zich aan bij drie andere buitenstaanders: Jeremy, Duncan en Celine. Hun vriendschap is ruw en grenzeloos. Wanneer Jeremy zijn broer verloor bij een joyride-ongeluk, ontstaat een plan om de dader Pim te ontvoeren. Wat voor de anderen een spel lijkt, is voor Schelvis een kans om erbij te horen. Maar het geweld keert zich tegen haar: Pim moet haar pijn doen, wat haar een blijvend litteken bezorgt. Thuis merkt niemand haar afwezigheid op.
Schelvis vlucht naar de grote stad, waar ze van de ene onveilige plek naar de andere zwerft: een misbruikende oude man, een cynische journaliste, een woongroep die haar opnieuw vernederd. Wanneer zelfs daar geen houvast meer is, keert ze terug naar haar geboortedorp. Haar moeder is verdwenen, haar oude vrienden zijn veranderd, maar lijken hun plek te hebben gevonden. Schelvis kijkt toe, zwijgend, terwijl meeuwen de resten van vissen opeten — een beeld van overleven zonder mededogen.
| Vestiging | Locatie | Beschikbaarheidsinformatie |
| Literatuur- geel |  | Aanwezig | Info |
Aantal reserveringen voor dit item: 0
Misschien is dit ook iets voor jou: