De ik-verteller Stefan Hertmans kreeg in 1981 twee cahiers waarin zijn grootvader Urbain Martien zijn levensverhaal had opgeschreven. Hij wilde er altijd al iets mee doen, maar het materiaal bleef toch zo'n dertig jaar liggen.
Het eerste deel van de roman vertelt over Urbains kinderjaren, en over de band met zijn ouders. Zijn vader Franciscus schilderde fresco's in kerken. Hij was een getalenteerd schilder, en Urbain wilde graag dezelfde kant op. Nadat zijn vader voor een opdracht maanden aan het werk was geweest in Liverpool, keerde hij doodziek terug naar zijn gezin in Vlaanderen. Na zijn overlijden hertrouwde Urbains moeder met de buurman. Urbain gaat als 13-jarige aan de slag in een ijzergieterij. Later kiest hij voor een opleiding tot beroepsmilitair. Dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit.
In het tweede deel (1914-1918) vertelt Urbain zelf wat hij in die oorlog heeft meegemaakt. Het zijn de ervaringen van een eenvoudige jongen in een te gruwelijke werkelijkheid. Hij raakt een aantal keren gewond, wordt weer opgelapt en keert terug naar het front.
Het derde deel gaat over het leven na 'de Groote Oorlog'. Hoe moet je in vredesnaam verder met alles wat je hebt meegemaakt?
Zie Lexicon van Literaire Werken.
| Vestiging | Locatie | Beschikbaarheidsinformatie |
| Literatuur- geel |  | Uitgeleend tot maandag 30 maart 2026 | Info |
| |  | Aanwezig | Info |
Aantal reserveringen voor dit item: 0
Misschien is dit ook iets voor jou: